
Het Parque Nacional de Doñana is een paradijs voor natuurliefhebbers. En wat is er mooier dan hier net als vele duizenden vogels (onder andere flamingo's) te overwinteren. Het landschap is afwisselend en vol contrasten: moerassen, stuifduinen en bossen. En met een 4x4 bus maakt u een spectaculaire excursie door dit unieke natuurpark. Het beroemde pelgrimsoord El Rocío, met zanderige straatjes en witgepleisterde huizen, is onze uitvalsbasis. De reis er naar toe wordt onderbroken met een verblijf van enkele dagen in de omgeving van Córdoba en Ronda: juwelen uit Moors Andalusië.
| Vertrek | 27/01/2009 |
|---|---|
| Alleenreizende | € 1.125,00 |
| Caravan + 2 personen | € 783,00 |

Afstand: ca. 4235 km.
Soissons - Soissons
- alle campinggelden, elektriciteit
- 1 excursie
- 1 flamenco-avond
- 4 avondmaaltijden inclusief 2 drankjes en koffie (indien noodzakelijk inclusief transfer)
- fooien
- begeleiding door reisleidersechtpaar
- uitgebreide reisdocumentatie
- reüniedag
- verzekeringen
- brandstofverbruik
- douchemunten
- tolgelden
Deze rustige familiecamping ligt tussen de olijfgaarden, in het hart van 'La Campiña Cordobesa', een gebied bekend om zijn olijfolie, wijnen en aardewerk. De lokale bus naar Córdoba stopt voor de camping.
Op de camping: goede sanitaire voorzieningen, kleine winkel (met eerste levensbehoeften en vers brood op bestelling), bar en klein restaurant (dagmenu's en ontbijt). Op enkele kilometers afstand vindt u het dorp La Guijarrosa met onder andere een supermarkt en een bank.
De omgeving: Montilla (wijn) en La Rambla (keramiek), kasteel van Almodovar del Rio, Medina, Azahara, Córdoba. Sierra Subetica: onder andere Baena en het pittoreske Zuheros. Excursie rond de olijfolieproductie (februari is de oogstmaand van de olijven).
Deze grote, goed uitgeruste camping met ruime plaatsen ligt op loopafstand van het plaatsje El Rocío. Op de camping: goede sanitaire voorzieningen, winkel, café, bar, restaurant met terras, buitenzwembad (niet verwarmd) en jeu-de-boulesbanen.
De omgeving: het nationale park van Doñana: vanaf de bezoekerscentra leiden wandelroutes naar diverse observatieposten, excursies per jeep of paard. Bedevaartsplaats El Rocío: loopafstand. Het strand van Matalascañas (16 km), wijnroute (diverse bodega's) naar Niebla (35 km), Sevilla (75 km) en Huelva (65 km).



Granada binnen handbereik op camping Las Lomas | |
![]() | De top-3 van meest populaire ACSI kampeerreizen wordt al sedert jaar en dag aangevoerd door de 43-daagse Andalusië-Castilië reis. Wie Spanje een beetje kent zal daar niet van opkijken. Het land heeft immers een heerlijk klimaat, een unieke cultuur, een vriendelijke bevolking en een zeer gevarieerd landschap. Vrijwel al die goede eigenschappen vinden we terug in Granada en omgeving, waar de reis maar liefst vijf dagen lang verblijft. Met de schilderachtig gelegen camping Las Lomas als basis maken de deelnemers kennis met de cultuurschatten van het Alhambra en de oude flamenco-traditie van Granada. Maar ook de schitterende bergen van de Sierra Nevada nodigen uit tot een tocht, per auto of te voet. |
| door Rob Goossens | |
Granada binnen handbereik op camping Las LomasDe top-3 van meest populaire ACSI kampeerreizen wordt al sedert jaar en dag aangevoerd door de 43-daagse Andalusië-Castilië reis. Wie Spanje een beetje kent zal daar niet van opkijken. Het land heeft immers een heerlijk klimaat, een unieke cultuur, een vriendelijke bevolking en een zeer gevarieerd landschap. Vrijwel al die goede eigenschappen vinden we terug in Granada en omgeving, waar de reis maar liefst vijf dagen lang verblijft. Met de schilderachtig gelegen camping Las Lomas als basis maken de deelnemers kennis met de cultuurschatten van het Alhambra en de oude flamenco-traditie van Granada. Maar ook de schitterende bergen van de Sierra Nevada nodigen uit tot een tocht, per auto of te voet.
| ||
| door Rob Goossens | ||
De bergpas dankt zijn naam aan de man die van hier uit niet zijn eerste, maar zijn laatste glimp van Granada opving. Boabdil was de Moorse emir die in 1492 de stad voorgoed moest overdragen aan zijn katholieke vijanden. Volgens de overlevering draaide hij zich bij zijn aftocht op deze plek nog één keer om, wierp een blik op zijn stad en zijn paleis en zuchtte gekweld: 'el suspiro del Moro', oftewel 'de zucht van de Moor'. Maar de Moren mochten dan verdwenen zijn, hun invloed is tot op heden duidelijk in Granada te vinden. Meerdere bouwwerken en zelfs een gedeelte van het stadsplan dragen de duidelijke kenmerken van de Moorse bouwstijl, met zijn bogen en zijn rijke versieringen in het stucwerk. Absoluut hoogtepunt vormt natuurlijk het Alhambra, het paleis van waaruit de emirs ruim twee eeuwen hun Andalusische koninkrijk bestuurden. Tijdens de reis staat een uitgebreide excursie aan het paleis en de al even indrukwekkende tuinen natuurlijk op het programma. Maar wie nog meer wil zien van Granada (en wie wil dat niet?) krijgt daarvoor voldoende gelegenheid tijdens het vijfdaagse verblijf op camping Las Lomas. Nederlandse pappenheimers
De eigenaar van camping Las Lomas heet voluit Francisco Rodriguez, maar elke gast die hem zo aanspreekt wordt vriendelijk uitgenodigd om de informele roepnaam Paco te gebruiken. Paco is wars van al te officiële omgangsvormen. Die stroken niet met de spontane hartelijkheid waarmee hij zelf zijn medemens pleegt te bejegenen. Wanneer ik hem voor het eerst zie, is hij druk bezig met afscheid nemen van een Nederlands echtpaar. Behalve welgemeende groeten geeft hij ze pennen, stickers, snoepgoed voor onderweg en natuurlijk korting. Want Paco kent zijn (Nederlandse) pappenheimers. Dat is ook niet verwonderlijk aangezien de vaste receptioniste Petra heet en uit Nederland komt. Sinds een paar jaar woont ze in Granada en fungeert ze als Paco's rechterhand. Bergcamping
De campingeigenaar koppelt deze nuchtere visie aan een onmiskenbare liefde voor zijn vak. Tenminste hoe kun je anders verklaren dat hij voor een wasruimte een groenvoorziening heeft aangelegd die duidelijk is geïnspireerd op de wereldberoemde tuinen van het Alhambra (met als enige verschil dat zijn tuin ook tulpenbedjes kent: 'speciaal voor de gasten uit Nederland'). En hoe anders dan met pure liefde voor het vak kun je verklaren dat de afscheidingsheggen tussen de vaste huisjes allemaal uit verschillende plantensoorten zijn samengesteld? Variërend van berken en beuken, tot soorten die je doorgaans alleen in een encyclopedie aantreft? Olijfboomgaard
Een luxe badhuisDankzij de wintersport is Las Lomas het hele jaar geopend. Wel verandert met de seizoenen ook het profiel van de campinggasten. 's Winters zitten er voornamelijk Spanjaarden die Las Lomas gebruiken als uitvalsbasis voor skitripjes. De dichtstbijzijnde pistes zijn op luttele kilometers verwijderd, terwijl het op de camping zelf zelden zo hard vriest dat dit voor problemen zorgt. De wintertijd maakt ook andere voorzieningen wenselijk die voor de deelnemers een stukje extra luxe opleveren. Nieuw op de camping, en misschien nog wel een overblijfsel van de badtraditie die de Moren naar Andalusië brachten, is het badhuis. Dit is een moderne wasvoorziening, los van de normale doucheruimte, met een aantal luxe tot zeer luxe gezinsbadruimtes die je per uur of per dag kunt huren. Om de stof van een lange excursiedag van je af te spoelen kun je hier gebruik maken van een ruime douche, een bad of zelfs een driepersoons jacuzzi, alles omgeven door stijlvol marmer. Opnieuw een bewijs dat ook verstokte hedonisten tegenwoordig zonder angst kunnen kiezen voor een kampeervakantie. 'Enorm contrast met Marbella'
Dat is een heel levendig deel van de reis waar van alles te beleven valt. Maar in een plaats als Marbella kan het ook druk, heet en lawaaiig zijn. Las Lomas biedt daarvoor een prima tegenwicht: een rustige plek waar natuur en cultuur in overvloed aanwezig zijn. Doordat de camping op 1.100 meter hoogte ligt, is het hier net even wat koeler en het enige lawaai komt van de vogels die zich vermaken in het struikgewas. Al met al een enorm contrast.' BergwandelingenHet zijn juist de gasten uit dat hectische, dichtbevolkte Nederland die de rust van deze plek op prijs stellen, zo weet hij uit de praktijk. 'Wanneer Spanjaarden hier komen voor hun wintersport zetten ze vaak meteen hun radio en tv aan. Soms ga ik dan wel eens naar ze toe. Als je hier exact hetzelfde doet als wat je thuis deed, waarom bleef je dan niet thuis? Vraag ik dan. Meestal moeten ze me dan gelijk geven. Nederlanders hebben dat besef van zichzelf al. Die waarderen de natuur, de ruimte. Daarmee wordt het verblijf hier al een ervaring op zich. En dan heb je nog niet eens een bergwandeling gemaakt of het Alhambra bezocht.' Bergwandelingen zijn één van de meest populaire bezigheden onder de deelnemers. De Sierra Nevada is een relatief klein gebergte van slechts 75 kilometer lengte, maar de hoogste toppen komen ruim boven de 3.000 meter, en die bevinden zich allemaal aan de kant van Granada. Het beklimmen van die toppen is wellicht wat veel gevraagd binnen de context van deze reis, temeer omdat ze tot ver in juli bedekt zijn met sneeuw. Maar dat neemt niet weg dat Las Lomas een uitgelezen selectie bergwandelingen biedt, variërend van korte afstanden tot wandelingen waar je een hele dag mee zoet bent. Veel van die wandelingen zijn door Paco zelf uitgezet.
| ||
| naar boven | ||
De wedergeboorte van de flamenco in GranadaDe smalle straatjes rond de kathedraal van Granada puilen uit van de handelswaar. Geurige specerijen, kleding en souvenirs vragen om aandacht, maar kunnen daarbij nauwelijks concurreren met de winkeltjes die zich richten op het culturele visitekaartje van Granada, de flamenco. De kleurrijke rokken en waaiers, die opvallend aan de gevels van de smalle winkeltjes zijn bevestigd, maken van de winkelstraatjes een erehaag die gewijd is aan deze folkloristische dansvorm. Dit is Andalusië op zijn best, een Andalusië dat daarbij veel dank verschuldigd is aan een dichter en een componist.
| ||
| door Rob Goossens | ||
Culturele elite
Artistieke verwantschap
Federico García Lorca was extravert, flamboyant zelfs. Zijn uitbundige levensstijl kende echter ook periodes van diepe depressie waarin Weltschmerz, artistieke onmacht en zijn homosexualiteit zwaar op zijn schouders drukten. Zijn poëzie vormt een haarscherpe uitdrukking van deze extreme stemmingswisselingen.
‘Een triest, een statisch volk’
Festival
Ballingschap
Geëxecuteerd
Toen in 1936 in Spanje de burgeroorlog uitbrak was Granada één van de eerste steden die door de rechtse falangisten van Franco werd veroverd op de republikeinen. Direct na de inname begonnen de falangisten de stad te zuiveren van ‘elementen’ die er in hun ogen een gevaarlijk linkse visie op nahielden. Onder degenen die opgepakt werden, was ook Federico García Lorca. Op 18 augustus 1936 werd hij doodgeschoten in een dorp even buiten Granada, 38 jaar oud. Onder het bewind van Franco zou het werk van de dichter tientallen jaren verboden literatuur blijven, zelfs zijn naam mocht niet worden genoemd. Maar de laatste drie decennia van de twintigste eeuw is hij helemaal gerehabiliteerd en geniet hij in Spanje en Granada weer de status die hij verdient.
| ||
| naar boven | ||
Klik op Startcamping om de reis van uw huis naar de eerste camping te plannen. Klik op Laatste camping om de route van de laatste camping naar uw huis te plannen.
Startcamping
Laatste camping























Wie vanuit de Spaanse zuidkust naar Granada rijdt, komt op ongeveer 15 kilometer afstand van zijn reisdoel bij een hoge bergpas die de naam 'El suspiro del Moro' draagt. Van hieruit kun je een eerste blik werpen op de majestueuze stad die zich voor je voeten uitstrekt: kalmpjes badend in het zonlicht, met de besneeuwde pieken van de Sierra Nevada als magnifiek decor. Boven de stad, op een berghelling, zien we roodstenen bouwwerken van het Alhambra, half verscholen tussen het groen.
Om vanuit Granada Las Lomas te bereiken dien je eerst een kronkelig bergweggetje richting het dorp Güejar Sierra te volgen. De camping zelf ligt hoog tegen een berghelling. Het restaurant, de ligweide bij het zwembad en de midgetgolfbaan bieden een groots uitzicht op de vallei waardoor de Rio Genil stroomt. Enkele kilometers stroomafwaarts bevindt zich een enorme dam, zodat de camping zich recht boven een helder stuwmeer bevindt. Tijdens ons bezoek in het voorjaar staat het water laag, zo is te zien aan de rotsen die tot zeker tien meter boven de waterspiegel licht verkleurd zijn. 'We hebben weinig regen gehad tot nu toe,' verklaart Paco.
Las Lomas is een zogenaamde bergcamping, door Paco gemodelleerd naar campings die hij in de Pyreneeën aantrof. 'Bergcampings zijn vaak het hele jaar door open, omdat ze 's winters gebruikt worden voor skivakanties,' zegt Paco. 'Dat betekent dat je goede, stabiele voorzieningen moet hebben. Als gasten in de vrieskou afhankelijk zijn van een straalkachel, mag je ze niet confronteren met haperende elektriciteit. Basisvoorzieningen als water en elektriciteit moet je onder alle omstandigheden kunnen blijven garanderen.'
Las Lomas kent nog andere bijzonderheden op faunagebied, zoals bijvoorbeeld de talloze olijfbomen die de camping een pittoresk aanzien geven. 'Voordat 14 jaar geleden de eerste tenten en caravans verschenen, deed het terrein dienst als olijfboomgaard,' vertelt Paco. In plaats van de zaak met een bulldozer te egaliseren om zoveel mogelijk ruimte te creëren heeft hij ervoor gekozen om de oude sfeer te handhaven door het merendeel van de bomen te laten staan. Op vrijwel alle kampeerplekken bevindt zich dan ook een stokoude olijfboom die met zijn grillige vormen voor een onmiskenbaar mediterrane sfeer zorgt. Wel moet je erin slagen om de caravan achter of naast de boom te krijgen, want sommige plekken worden voor een aanzienlijk deel door de bomen bezet. De natuur is hier heer en meester.
De deelnemers verblijven maar liefst vier nachten op Las Lomas. Volgens Paco was dat in eerdere edities nog drie nachten. 'Maar in de enquêtes van ACSI maakten de deelnemers duidelijk dat ze dit te kort vonden,' vertelt hij niet zonder trots. 'Daarom is die ene nacht erbij gekomen.' Een van de redenen dat Las Lomas een onmiskenbare populariteit geniet onder de deelnemers heeft volgens Paco te maken met de route. 'Wanneer ze hier aankomen hebben de deelnemers er een kleine week aan de Costa del Sol op zitten.
Tussen de weinige vakanties die hij zich zelf toestaat bevindt zich elk jaar een uitstapje naar zijn hut in de bergen, van waaruit hij steeds weer nieuwe routes ontdekt. 'Ik hou van de bergen, ik hou van wandelen. En ik vind het leuk om mijn gasten uit de eerste hand een wandeling te kunnen aanraden,' zegt Paco. Verder kunnen we er nog op wijzen dat deelnemers tijdens hun verblijf op Las Lomas een wervelende flamenco-show wacht. Een geslaagd verblijf op Las Lomas is daarmee zo goed als gegarandeerd. Het komt dan ook regelmatig voor dat deelnemers bij het verlaten van de camping nog één keer achterom kijken en diep, diep zuchten...
Eigenlijk is heel Granada een eerbetoon aan het verleden. Met zijn kloosters en kerken, de oude arabische wijk Albaicín en natuurlijk met het Alhambra. Het moorse paleis dat vanaf de berghelling uitkijkt over Granada geldt terecht als één van de zeven wereldwonderen. De indrukwekkende architectuur, de prachtige tuinen en de kunstzinnige decoraties spreken boekdelen over het beschavingsniveau van de moren, die hier van de achtste tot de vijftiende eeuw de scepter zwaaiden. Het paleis is vooral bijzonder omdat de meeste andere overblijfselen uit de moorse tijd verdwenen zijn; rigoureus gesloopt door de latere katholieke vorsten.
Wie als bezoeker van Granada niet beter weet, zal veronderstellen dat Granada zijn historische en culturele verworvenheden altijd gekoesterd zal hebben als één van de pijlers van haar identiteit. Niets is minder waar. Tot de jaren twintig van de twintigste eeuw stond de stad tamelijk onverschillig ten opzichte van haar moorse verleden en haar muzikale erfgoed. Het Alhambra was weliswaar bekend in heel Europa, maar slechts bij een beperkte culturele elite. De flamenco genoot een laag aanzien. Algemeen werd dit gezien als een overblijfsel uit een primitief verleden, een uitingsvorm voor mensen van laag allooi, waartoe ook zigeuners gerekend werden. Een jonge generatie van schrijvers en kunstenaars dacht daar echter anders over. Dankzij hun inspanningen kreeg de flamenco een stem op de officiële podia. En de lyrische bewoordingen waarmee zij het Alhambra bezongen maakten het moorse paleis tot één van de opvallendste culturele iconen van Spanje. Twee leden van deze culturele elite speelden daarbij in het bijzonder een belangrijke rol. De ene was Federico García Lorca, volgens velen de beste dichter die Spanje ooit voortbracht. De ander was Manuel de Falla, de componist die de ‘ziel van de luisteraar wist te beroeren’.
Op zo’n tien kilometer afstand van Granada ligt het dorpje Fuente Vaqueros, het geboortedorp van Federico García Lorca. In het huis waar de dichter in 1898 werd geboren en opgroeide is nu een klein museum gevestigd, dat gewijd is aan het leven van deze literaire grootheid. De ouders van Federico behoorden tot de gegoede middenklasse en stelden hun zoon in de gelegenheid om te studeren en zijn artistieke vaardigheden verder te ontwikkelen. Die vaardigheden beperkten zich niet tot het literaire leven; de jonge Federico toonde eveneens indrukwekkende muzikale vaardigheden. Vandaar zijn grote opwinding toen hij in 1920 hoorde dat de, toen al bekende, componist Manuel de Falla, besloten had om zich in Granada te vestigen. Ondanks hun leeftijdsverschil (De Falla was 44 toen hij naar Granada kwam, García Lorca was 22) voelden de twee vrijwel direct een artistieke verwantschap. De Falla leerde García Lorca veel over muziek terwijl de jonge, talentvolle poëet een sterke inspiratiebron vormde voor de gelouterde componist. Desalniettemin verschilden de twee artistieke grootheden hemelsbreed van elkaar.
Manuel de Falla was meer in zichzelf gekeerd. Hij had een hekel aan lawaai, leed aan smetvrees en ging zo vaak naar de kerk dat het bijna dwangmatig leek. Wat hun levenswandel betreft waren de twee mannen dus gemakkelijk te beschouwen als elkaars tegenpolen. Dankzij hun overeenkomsten op artistiek gebied wisten ze die verschillen echter wonderlijk gemakkelijk te overbruggen. Eén van die overeenkomsten was dat ze een gezamenlijke belangstelling koesterden voor de folkloristische volkskunst van Andalusië, de cante jondo (de authentieke benaming van de echte flamenco). Maar ook hadden ze beiden een visie op de moorse geschiedenis van Granada die hen onderscheidde van veel tijdgenoten. Over de val van Granada in 1492 en het daaropvolgende vertrek van de moren uit Spanje zei García Lorca ooit: ‘Het was een rampzalige gebeurtenis, ook al zeggen ze op school misschien het tegenovergestelde. Een bewonderenswaardige beschaving, en een poëzie, astronomie, architectuur en fijngevoeligheid die uniek waren in de wereld, allemaal verloren, om plaats te maken voor een verpauperde, gekoeioneerde stad, een schrapersparadijs.’ Te denken valt dat De Falla die visie deelde, zij het dat de componist waarschijnlijk iets minder straffe bewoordingen zou hebben gebruikt...
In 1922 kwam de kunstenaarskring waartoe De Falla en García Lorca behoorden, op het idee om de cante jondo nieuw leven in te blazen, door een concours in Granada te organiseren. Hieraan zou deelgenomen moeten worden door vertolkers van de flamenco uit heel Andalusië. De Falla en García Lorca raakten beiden enthousiast over het idee. En hoewel ze de organisatie overlieten aan anderen, waren zij wel degenen die het voortouw namen in de omvangrijke propagandacampagne die vooraf ging aan het festival. Doel van deze campagne was om duidelijk te maken dat de cante jondo direct in contact stond met de volksaard en de diepste historische wortels van Andalusië. Het tweetal maakte een gedegen analyse van de muzikale structuur en ging daarnaast op zoek naar historische bronnen die enig licht konden werpen op de herkomst van de cante jondo. Hun conclusie luidde dat de muzieksoort een mix bevat van uiteenlopende invloeden: de byzantijnse liturgie, de moorse invasie van 711 maar vooral de invloed van de zigeuners die eeuwenlang vrijwel de enige uitvoerders waren van deze muzieksoort. Volgens De Falla en García Lorca gaf het pathos van de cante jondo uiting aan de diepste diepten van de Andalusische ziel. Een constatering die García Lorca bovendien tot de slotsom bracht dat Andalusiërs ‘een triest, een statisch volk’ zijn.
De toespraken en geschriften van de twee geestverwanten waren een groot succes, net als het festival zelf trouwens. De competitie werd gehouden op 13 en 14 juni 1922, op het Plaza de los Aljibes in het Alhambra. Beide avonden vulde een groot en bont gekleed publiek het festivalterrein. Een Britse vriend van De Falla zou later schrijven: ‘Overal waar je keek zag je prachtig uitgedoste mensen met vrolijke, gebloemde shawls en hoog opgestoken haarkammen.’ Een van de sterren van het festival was Diego Bermúdez Cañete, ‘el Tenazas’ (de Tang), een oude, bijna vergeten zanger die de eerste avond van het festival de aanwezigen tot tranen toe wist te beroeren met een machtige duende. De tweede avond bleek hij teveel borreltjes achter de kiezen te hebben (hem aangeboden door concurrenten, zo wilde het gerucht), om nog veel te presteren. Niettemin kreeg hij een prijs van duizend peseta’s voor zijn optreden. De tweede grote verrassing was de elf jaar oude Manuel Ortega, ‘el Caracol’ (de Slak). Voor hem betekende het festival de start van een carrière als één van de grootste cantaores (flamencozangers) van de twintigste eeuw.
Granada en Andalusië zouden hierna nooit meer hetzelfde zijn. De flamenco had een ‘officiële’ plaats gekregen als een belangwekkende uiting van een eeuwenoude volkscultuur waar ook de middenklasse zich voortaan enthousiast mee bezig zou houden. Maar ook het Alhambra werd door de geschriften van García Lorca voortaan met andere ogen bekeken. De woorden van de dichter hadden de ogen van de granadinos geopend voor de schoonheid van het paleis dat zich zo ongenaakbaar boven hen verheft. En hoe verging het onze twee hoofdrolspelers, die zich met zoveel verve hadden ingezet voor het cultuurgoed van Granada, na het festival? Manuel de Falla was blij dat hij na maanden van opwinding kon terugkeren naar de afzondering van zijn villa in Granada. Bovendien ergerde hij zich aan de ordinaire ruzie die uitbrak over de bestemming van de winst die, buiten verwachting, met het festival was gemaakt. Hij had een overdosis locale cultuur gehad en bracht het Andalusische element in zijn werk drastisch terug. Tijdens de Spaanse burgeroorlog die uitbrak in 1936 zou hij neutraal blijven, maar na de definitieve overwinning van generaal Franco verkoos hij een vrijwillige ballingschap in Argentinië waar hij in 1946 stierf. Van zijn huis aan de Calle Antequeruela Alta was aanvankelijk een museum gemaakt, waar geïnteresseerden meer te weten konden komen over zijn leven en zijn werk. Het huisje staat er nog wel, maar is geen museum meer.
Federico García Lorca was een ander lot beschoren. Zijn studie van de cante jondo had hem tot diepere inzichten gebracht waardoor de Andalusische invloed op zijn werk sterk zou toenemen. Hij identificeerde zich sterk met de cantaores van Andalusië. In zijn ogen waren dat ‘media’ die met hun persoonlijke gevoelens ook het collectieve onderbewuste een stem gaven. Net als zij kende Federico momenten waarop hij duende ervaarde, een mysterieuze communicatieve kracht die alleen optreedt in een moment van bijzonder intense inspiratie. Niet lang na het festival schreef hij zijn eerste ‘gitaanse ballades’ die sterke overeenkomsten vertoonden met de flamenco. Het einde van de man, die volgens velen beschouwd moet worden als de ‘grootste dichter van Spanje’, kwam echter sneller dan verwacht. 



